vrijdag 17 augustus 2007

Vader en vakantie (door Linde)

Omdat papa op vakantie is, mag ik voor vandaag het ´bloggen´ van hem overnemen. Wat ik natuurlijk heel graag doe! Ik ga zo nu en dan op ‘vakantie’ naar jullie eiland, en volg met stiekem gelach jullie blogs.

Maar goed, vaders zit in Duitsland. Meestal als je met mijn vader op vakantie bent, gaat er wat mis. Of eigenlijk altijd. Zo reden we in 12 uur naar de camping in Duitsland, die we in 6 uur zouden moeten kunnen bereiken.
En Portugal, waar zal ik beginnen? De stoel waardoor we zakten? Het gestolen mobieltje, waarvan we er nog stééds niet over uit zijn wie hem eigenlijk waar heeft laten liggen? Of de 6 van de 7 dagen dikke regen, terwijl het daar bijna áltijd zonnig is?!
Dit keer is het ook weer raak. Kreeg net een sms, met de tekst: 'Problemen, verhuurder wist niet van onze komst. Oplossing: in een luxe woning voor noodgevallen! Prima huis met kacheloven en cv. Groot overdekt terras met weids uitzicht.’
Nu kun je je afvragen, is dit nou een probleem? Of juist geluk? Ik weet het niet. Maar vanmorgen volgde een sms, dat Ciska, zijn vriendin, in de sloot is beland, omdat de hond (wat zeg ik, KALF!) een ander hondje zag, en er naartoe wilde! Wat zal er volgen?!

Wat wél echt een probleem voor hem is, is dat hij zijn nieuwe verslaving moet missen: HYVES.
Wanneer de meeste mensen ouder worden, gedrágen ze zich ook ouder. Mijn vader niet. Hij is van de één op de andere dag, aan het ‘hyven’ geslagen. Anderen berichtjes sturen heet daar krabbelen. Hij krabbelt zijn oude jaren steeds verder naar beneden. Straks krijg ik nog een hippe vader! Waar gaat dit heen?! En wanneer ik besluit om zijn profiel te bekijken, zie ik tot mijn grote verbazing, dat maar liefst dit halve eiland óók heeft toegegeven aan dé verslavende ‘profielensite’. Zelfs Jan Peter Balkenende, Wouter Bos, Rita Verdonk en Peter R. de Vries zijn aan het krabbelen geslagen!
Maar goed, ik zal nu eerst mijn vader maar eens op de hoogte gaan brengen van de grote envelop van de politie(!!) die op zijn tafel klaar ligt. Wat nú weer??!!

Als afsluiting een filmpje voor iedereen die wil lachen!

woensdag 15 augustus 2007

Spelweek (door Ludo)

M. heeft deze week haar eigen woning. Het is wat jong voor een meisje van 6, maar het gaat prima.




In het dorp waar ik woon wordt, altijd in de laatste week van de zomervakantie, "de Spelweek" gehouden. De kinderen van 4 t/m 6 gaan alleen 's ochtends spelletjes doen. En de kinderen van 6 t/m 12 bouwen 's maandags hutten, waar ze de hele week in bivakkeren. De rest van de week doen ze allerlei spellen, hebben ze disco en slapen ze een nacht in de hutten.

M. is 6 en mocht dus kiezen. Zij en haar twee vriendinnen kozen voor het hutten bouwen. En ze hebben een hut! Op maandag in elkaar getimmerd met behulp van twee vaders en een moeder.
Ruim 80 kinderen en een evengroot aantal ouders staan op maandag klaar voor een enorme bult met pallets, deuren en andersoortig hout.
Alleen hamers en spijkers zijn toegestaan. Een ochtend lang hoor je in het hele dorp het geluid van kinderstemmen en getimmer.

Het mooie is dat alleen al door zo'n hut, je kind in een paar uur tijd verwildert. M. is normaal heel erg netjes, maar ik herkende haar niet meer terug. Ze is zomerbruin, draagt een spijkerbroek met verf, gras en moddervlekken en een hemd. Haar haar is los.
De kinderen leven een week van lucht, zo lijkt het wel. En alleen maar spelen.

Dit zijn, volgens mij, de herinneringen die altijd bij je blijven. Voor M. is deze week voor altijd.

Ik ben jaloers. Deze week heb ik last van heel veel zomervakantiebeelden uit de jaren '80.

dinsdag 14 augustus 2007

Harde hand (door Alexander)

Ik ben alweer meer dan een week terug, zelfs al weer in een ander buitenland geweest, maar ik heb nog naweeën van mijn reis naar Guatemala. Ik hoorde daar op de voorlaatste dag een kouderillingenverhaal. Ik hoorde het van een Amerikaans stel, die het weer van Guatemalteken zelf hadden gehoord. Voeg naar eigen smaak korrels zout toe, dat doe ik ook.

In september zijn er presidentsverkiezingen in Guatemala. Dat kon ik niet missen: overal staan billboards, hangen aanplakbriefjes, overal verkiezingsposters, langs bergweggetjes zijn de rotsbrokjes in de berm zelfs beschilderd met geelwitblauwe partijlogo’s. De meest opvallende is de campagne van de Partido Patriota. Hun lijsttrekker, Otto Pérez Molina, een grijze ex-militair met grauwig vel rond zijn ogen, poseert met een feloranje overhemd en doordringende ogen. Naast zijn hoofd staat in kapitalen: vota con mano dura! Stem met harde hand! Het logo van de partij is een gebalde vuist.

Het is een partij met een luchtje. Een onfrisse partij, een enge partij. De harde hand wordt zeer serieus genomen. Een van de dingen waar de harde hand van Pérez Molina mee zal afrekenen, is een golf van geweld die de hoofdstad van Guatemala al maandenlang teistert. Chauffeurs van chicken buses worden gewelddadig overvallen en gruwelijk vermoord. Er lijkt een bende achter te zitten. Al vele tientallen chauffeurs zijn dood, de overheid is machteloos.

Maar het zal de Partido Patriota wél lukken om een einde aan de geweldsgolf te maken, is het verhaal, het kouderillingenverhaal. Want die partij zit zelf achter het geweld. In het campagneteam zit namelijk een man die bekendstaat als een van de machtigste en smerigste spin doctors ter wereld. Hij hielp Nixon en Bush, zijn meest recente succes was voor een kandidaat-van-de-harde-lijn in El Salvador.

En de geschiedenis uit San Salvador lijkt zich in Guatemala te herhalen. Ook daar werden buschauffeurs vermoord in de hoofdstad, en ook daar zou er geen bloed meer vloeien als de mensen op die en die ex-generaal-met-zijn-harde-hand stemden. Het lukte. Zijn harde beleid had zijn vruchten afgeworpen, juichte de president. Lof, lof, veel lof kwam hem toe, vond hij. (Er werd dus geen bloedgeld meer overgemaakt naar de ingehuurde bende.)

Ondertussen priemt de blik van Otto Pérez Molina over Guatemala. Misschien heeft de enge spin doctor die ook wel bedacht, die priemende ogen. Die man, met zijn fleurige oranje shirt en het vrolijke campagneliedje ('Er komt verandering! Er komt verandering! Met Otto Pérez Molina! Hij zal mijn president zijn! Hij zal mijn president zijn!', hier), wordt misschien president van Guatemala.

maandag 13 augustus 2007

Extra extraatje (door Bibi en Edward)

Aan het eind van deze dag nog een kleine video waarin veel zaken samenkomen die we de afgelopen dagen besproken hebben. Bij toeval gevonden, vandaag. Het fragment komt uit de tvserie 'Op de groei' uit eind jaren tachtig/begin jaren negentig.

Onvermoede wensen (door Bibi geruild met Alexander)

Iedereen heeft wensen. Ze staan op een lijstje in je hoofd en meestal blijven ze daar tot je ze op een dag verliest omdat je simpelweg te laat bent ze nog uit te voeren. Natuurlijk wil ik naar het noorderlicht in Lapland, natuurlijk wil ik ooit nog eens onder een vlucht toeterende kraanvogels staan, wil ik een Mercedes 280s uit 1976 bezitten, met de Orient Express naar Odessa rijden. Ik wil zoveel.

Wat je levend houdt zijn niet de ingelijste wensen, maar de onvermoede. Van sommige wensen wist je namelijk niet dat je ze had tot het moment dat het je overkomt. Gisteren gebeurde dat. Een sluimerend geluk stond op in mij.
We gingen naar het Vondelpark, J en ik. In het openluchttheater zou Alderliefste optreden, en misschien zou Ramses Shaffy zich bij hen aansluiten.
Misschien.
IJs en weder dienende.

Met de muziek van Shaffy ben ik opgegroeid en voor mij is hij de allergrootste artiest van de Lage Landen. En wie weet zou ik hem eindelijk voor het eerst gaan zien. Maar ik was niet de enige die dat hoopte. Een menigte had zich voor het podium bijeengedrukt. We wurmden ons naar het midden toe. J, ruim een hoofd groter dan ik, bracht verslag uit.
Voor Alderliefste begon te spelen wees de zanger op een lege microfoon en zei: ‘Die staat daar niet voor niets.’ Het zinderde in de massa. ‘Hij komt, hij komt echt,’ werd er gefluisterd. Ik zag helemaal niets behalve die lege microfoon. Ik dacht: als hij komt, dan zie ik tenminste zijn gezicht.
Het duurde acht liedjes en toen kondigden ze hem aan. Precies in de opening, de vrije doorgangsruimte voor mijn blik op de microfoon, kwam een hoofd te voorschijn van iemand van twee meter lang. Ik sprak mezelf toe rustig te blijven en hem niet, voor zover ik erbij kon, omver te stompen. Het ging tenslotte om de muziek, om zijn echte stem. Goed dan.

De mensen begonnen te klappen, te roepen en J vertelde wat er op het podium gebeurde. Precies op het moment dat Ramses op een kruk plaatsnam achter de lege microfoon dook de man van twee meter naar zijn vriendinnetje van 1 meter veertig toe waardoor ik plotseling het krijtwitte en lachende gezicht van de held van het Nederlandse lied te zien kreeg. Er trok een siddering langs mijn huid en ik wist: dit is een gezicht van mijn vroeger.
Hij begon te zingen, en iedereen zong mee. Iedereen van alle leeftijden. De man van twee meter kwam niet meer overeind terwijl de woorden van ‘Laat me mijn eigen gang maar gaan’ uit alle monden wandelden.
Toen het eerste liedje was afgelopen begon het zachtjes te regenen en de held vroeg of we desondanks nog iets wilden horen en dat wilden we, God wat wilden we dat. Dus gingen we zingen, vechten, huilen, bidden, lachen, werken en bewonderen.
De regen hield aan en de mensen haalden paraplu’s tevoorschijn. Joost mag weten waarvandaan, maar het hele plein werd één groot regenscherm terwijl we zongen. Ik had geen paraplu en J ook niet waardoor de regen van de ene op de andere paraplu droop om tenslotte bij ons uit te komen. We waren het regenputje van het Vondelpark geworden, maar niets kon ons meer deren.
En toen we met z’n allen hadden gezongen, gebeden, gehuild, gevochten en wat al niet meer, begon Shaffy aan zijn cantate. Daarboven moet er toen iemand, de een of andere magistrale regisseur, gedacht hebben: en nu alle kranen open. ‘Open die sluizen,’ schreeuwde hij vanaf zijn troon tegen zijn helpers. ‘Trossen los! Niet talmen, Gods water over het Vondelpark. Alles tegelijk, kan ons het schelen, NU!’
Het water viel zo hartstochtelijk en omarmend naar omlaag dat alle mensen hun paraplu’s weer dichtvouwden. En iedereen stond weldra ‘lalalalalala’ te zingen in de gutsende regen. Op dat moment was bij alle mensen een onvermoede wens in vervulling gegaan: zingen met Shaffy onder een bulderend wolkendek. Het huidwarme water spoelde alle politieke ongerustheid, alle krantenberichten, alle leugens en onverdraagzaamheid van ons af. En voor even waren we allemaal elkaars broer en zus, komend uit dezelfde wolk, en uiteenspattend op onze gezamenlijke moeder aarde.

‘Voor degene in een schuilhoek achter glas,
voor degene met de dichtbeslagen ramen,
voor degene die dacht dat-tie alleen was,
moet nu weten, we zijn allemaal samen.’

AmenFoto van concert in het Vondelpark op 12 augustus 2007gemaakt door Lex van Groningen. Zie voor meer foto's: www.lexsample.nl

zondag 12 augustus 2007

Extraatje (door Edward)

Nog even een youtube-extraatje. Een heel bijzonder filmpje, namelijk: over een uitzonderlijke historische gebeurtenis.
In de laatste jaren ben ik een aantal keren in Letland geweest, en nogal verknocht geraakt aan de Baltische staten. Dit zijn, van boven naar beneden Estland, Letland en Litouwen - en een groot gedeelte van de twintigste eeuw maakten deze landen gedwongen deel uit van de Sowjet Unie. Maar nog vóór het uiteenvallen van die Sowjet-Unie werd er een hevige, maar grotendeels vreedzame, strijd voor onafhankelijkheid gevoerd.

Die strijd verliep opvallend vaak via koorfestivals: de nationale liederen werden (illegaal, de Russen hadden het verboden) in de eigen taal gezongen. De Baltische revolutie wordt daarom ook wel de Zingende Revolutie genoemd.

Maar de mooiste verzetsdaad werd op 23 augustus 1989 gepleegd, bijna achttien jaar geleden. Op die datum stonden meer dan 2 miljoen Balten hand in hand van Vilnius (Litouwen) via Riga (Letland) tot Tallinn (Estland) om hun verbondenheid te tonen, en hun vrijheidseis uit te drukken. Een 600 kilometer lang stil en illegaal protest.
In 1991 volgde de zelfstandigheid.

zaterdag 11 augustus 2007

Een klein gehandicapt kuikentje (door Edward)

Help.
Onze samenleving is een klein gehandicapt kuikentje.

Een paar weken geleden las ik in de prachtige interviewrubriek van Arjan Visser in Trouw dit: ‘Als Mohammed nu zou leven, zou je hem met Osama Bin Laden, of met Saddam Hoessein kunnen vergelijken. Een verschrikkelijke man, iemand die mooie woorden spreekt maar achter je rug een mes tevoorschijn haalt om je neer te steken. Het was een verschrikkelijke deceptie om te ontdekken dat Mohammed niet de man was voor wie ik hem in mijn jeugd had gehouden. Het is waarschijnlijk net zoiets als op een dag te horen krijgen dat Sinterklaas en de paashaas niet bestaan. Het beeld van Mohammed – de man met de baard, gehuld in een groene mantel – is nog steeds intact, maar mijn enorme bewondering voor hem is omgeslagen in diepe minachting.’
Het was Ehsan Jami die het zei.
Ehsan Jami die het Centraal Comité voor Ex-moslims oprichtte.
Deze dagen, na bedreigingen en klappen, beheerst hij het nieuws.

Vreselijk natuurlijk, die bedreigingen en die klappen – en de daders ervan dienen goed gestraft. Maar zijn de beledigingen die Jami aan het adres van de profeet van de Islam deed ook niet vreselijk?
Op zichzelf niet. Iedereen zou de vrijheid moeten hebben dit te zeggen, om op deze manier zijn of haar persoonlijke teleurstelling te uiten.
En toch.
Het was wél in een landelijke krant. En: belangrijker: het was in de functie van politicus.

Een politicus hoort, volgens mij, verantwoordelijk en genuanceerd te zijn. Een politicus hoort na te denken over het effect dat zijn of haar woorden kunnen hebben. Wie hij ermee afstoot, en namens wie hij spreekt. En dat lijkt Jami niet te doen.
De PvdA is overigens de enige partij die in haar programma iets schreef over het recht op geloofsafvalligheid. Maar de Partij van de Arbeid is ook een partij die heeft aangegeven dat onze huidige samenleving alleen maar met een inclusieve blik bekeken kan worden. Dus: we leven in een land met niet-gelovigen, met christenen, met diverse andere gelovigen en met moslims. We horen allemaal bij Nederland.

Wie is Ehsan Jami?
Een bevlogene, dat zeker. Iemand met een mateloze ambitie. Toen hij 18 was zei hij al dat hij zo snel mogelijk de Tweede Kamer in wilde. Op zijn 20ste werd hij gemeenteraadslid in Leidschendam-Voorburg. Hij heeft gezegd dat hij partijvoorzitter van de landelijke PvdA wil worden. Hij werkt aan een boek met verhalen van ex-moslims. Hij werkt aan een film met kritiek op de islam. Hij wordt, zelfs door medestanders, als fanatiek en uitermate gedreven bestempeld.
Hij was lid van de Jonge Socialisten, maar vertrok binnen een half jaar.
Mede-oprichtster Loubna Berrada nam al na een paar maanden afstand van het Centraal Comité voor Ex-moslims. In een interview met De Pers zei zij: ‘Ik heb al vrij snel weer afstand genomen. Ik vind het niet handig om de islam zelf ter discussie te stellen. Niet slim. Daar wil ik me niet in mengen. Houd het bij: je moet uit de islam kunnen stappen zonder te worden bedreigd. Punt.’
De PvdA afdeling in Leidschendam-Voorburg weet nog niet zeker of Jami in de fractie kan worden gehouden.
En Wouter Bos verklaarde al eerder, en gisteren in de Volkskrant opnieuw: ‘De methoden van Aboutaleb, Marcouch, Albayrak en Arib, maar ook Asscher, Koole, Bos en Terstall, om hetzelfde te bepleiten, zijn vele malen effectiever. Je hebt geen belediging nodig om dat doel te bereiken. Je hoeft mij niet te vertellen dat er binnen de islamitische gemeenschap mensen zijn die vinden dat er géén recht is op geloofsafval. Voor die mensen is geen plaats in de partij. De positie van de PvdA is duidelijk. Ehsan is meer dan welkom om daar aan mee te doen. Maar de PvdA zal zich niet achter een comité stellen dat denkt dat de manier om dat doel te bereiken, bestaat uit het beledigen of kwetsen van mensen vanwege hun geloof.’

In de Vlaamse krant De Morgen werd twee Iraans-Nederlandse schrijvers naar hun mening gevraagd.
David Danish zei: ‘Mensen moeten ook in een samenleving die de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel draagt, verstandig met woorden omgaan. Die kunnen immers veel kapot maken. En zeggen dat de islam slecht is, is hetzelfde als beweren dat een mes niet deugt. In de handen van een chirurg kan het levens redden, terwijl het in die van de moordenaar doodt. Met de islam is ook wat wij ermee doen doorslaggevend.’
Shervin Nekuee: ‘Tegelijk is het erg triest dat ook de media gekaapt zijn door die twee groepen idioten. Kijk naar die Jami, die spreekt namens niemand of niets en heeft ook geen analyse, evenmin als de fundi’s die hebben. De enige kracht van onze liberale democratie is dat we aan beide kanten ruimte geven, dat het woord vrij is. We kunnen de strijd, zeker in dit digitale tijdperk, niet winnen door wie dan ook te doen zwijgen. We kunnen ze alleen bekampen met betere argumenten en door streng in te grijpen zodra er strafrechtelijk vervolgbare daden worden gesteld. Dat we daar niet in slagen, heeft met een gebrek aan inzicht en analyse te maken.’

Hoe moet dat verder?
Alsjeblieft, alsjeblieft niet op een extreme manier.
Jami zelf zegt dat hij ‘bereid te sterven is voor zijn ideaal’. Hoe kan het dat hij daar nu al rekening mee houdt? Let wel: dit zei hij vóór de bedreigingen. Ná de bedreigingen zei hij dat hij alleen nog maar gesterkt wordt in zijn overtuigingen.
Maar zou hij in alle paniek van deze dagen wel tijd en rust hebben om te luisteren naar zijn raadgevers? Of heeft hij de verkeerde raadgevers? Zijn er mensen in zijn buurt die zijn jonge geldingsdrang in breder vaarwater leiden? Zou hij gaan begrijpen dat als hij het overgrote deel van de moslims – gematigde gelovigen, die niemand willen neerslaan bij geloofsafval, die de teksten in de Koran navolgen die geweld tegen afvalligen verbieden (ja, dat staat óók in de Koran, zie teksten als Je mag goden van andere gelovigen niet uitschelden (6: 108), ga altijd op een vreedzame en "mooie" manier in gesprek (16: 125), dank aan Umar Mirza van weblog ‘Wij blijven hier’) – als Jami dus dat overgrote deel van de moslims níet tegen de haren instrijkt, hij veel meer kan bereiken?

Als Ehsan Jami zich níet bij een extreme groep aansluit, en zich op een andere, effectievere manier inzet voor ex-moslims, dan zal hij waarschijnlijk een groot en belangrijk politicus kunnen worden. Maar misschien is het al te laat?

Dit wordt een lange posting.
Want nog even dit: Kustaw Bessems, belangrijk journalist bij De Pers, schreef een interessant opiniestuk, afgelopen donderdag. Hij stelt daarin: ‘Zoals een serieuze politieke beweging zich hoort voor te bereiden op grote klimatologische of economische ontwikkelingen, zo kan zij ook niet anders dan plannen ontwikkelen om belangrijke demografische en culturele gebeurtenissen in goede banen te leiden.’
Vervolgens stelt hij dat de vestiging van de islam in Nederland gevolgen voor de maatschappij heeft: nieuwe (islamitische) verzuiling, afnemende acceptatie van bijvoorbeeld homoseksualiteit en in elk geval een verstoring van de sociale samenhang: moslims en niet-moslims leven langs elkaar heen.
Bessems stelt ook dat er verschillende moslims zijn, maar dat we de recalcitrante, orthodoxe groep méér horen (of willen horen) dan de gematigde meerderheid. Behalve Wilders, die er op een bizarre, extreme, narcistische manier (mijn woorden, E) met de discussie vandoor probeert te gaan, hebben maar weinig partijen een visie op de nieuwe samenleving, zoals we die nu vormen. Alleen de PvdA doet voorzichtige pogingen.
Ik ben het met Bessems eens. Want: waar was Balkenende deze dagen? Nergens. Rutte? Marijnissen? En dus mocht Ehsan Jami in zijn eentje het nieuws bepalen (ik ga expres aan de Wilders-joker voorbij). Dat is toch veel te zwaar voor een 22-jarige sturm-und-dranger?

De hele discussie, alle ophef, elke gedachte deed me deze dagen ontzettend zenuwachtig aan. Ik heb zoveel mogelijk gelezen, zoveel mogelijk interviews bekeken. En steeds resteert dit gevoel: ‘als dat maar goed gaat.’
De wankele inclusiviteits-discussie: hoe worden we weer één samenleving, waarin we geweld en extremiteiten streng straffen en zo veel mogelijk voorkomen, en aan de andere kant de grootst mogelijke denkvrijheid voor iedereen hier garanderen, is nog maar nauwelijks begonnen.
En intussen is onze samenleving net een klein gehandicapt kuikentje. Jami staat er, uit goede bedoelingen, veel te hard omheen te stampen, en veel politici zitten een eind verder aan de keukentafel, werpen af en toe een verre, verre blik en smalen: o, komt wel goed met dat kuikentje.
Maar het komt niet goed.
Wilders komt eraan, met zwarte laarzen en een grote koekenpan. En de paar voorzichtige lieden die nu wél dichterbij komen en roepen: ‘Oeh, pas nou toch op, help help!’, zijn niet sterk genoeg.

We missen mensen met beschermende handen. Van die handen waar niet alleen een gehandicapt samenlevings-kuikentje in past, maar óók, in één beweging door, de hele hyperactieve Ehsan.

vrijdag 10 augustus 2007

Jeska kijkt terug: Natural Born Killers

Jeska blikt terug op de afgelopen Canna-week. Er rust copyright op de tekening. Kijk ook eens op www.jeskaverstegen.nl

Natural Born Killers (door Kees)

Ik woon temidden van akkers. Vorig jaar aardappel-, dit jaar tarwe. Spellingcontrole wil ‘tarweakkers’. Ik wil ook wel eens wat.
Dezer dagen wordt er geoogst. Dag en bíjna nacht grommen GRÓTE machines – meestal rood, veeleer miniatuurfabrieken dan voertuigen – langzaam over de akkers, vreten ze tarwe, sproeipoepen ze de korrels in karren die naast hen rijden, voortgetrokken door tractoren met 15 jaar oude boerenzonen erin. Ruím een maand te vroeg wordt de zomer voorbij verklaard.
Weemoed van koperen stoppelvelden, wéér een zomer naar zijn einde op weg, maar welke geur bedwelmt zo verrukkelijker als die van bloedend tarwe onder de volle zon? Pas gemaaid gras? Kokende melk? Japanse Kers in het voorjaar? Haar parfum? Zeker. Ook. Anders.
Maar nu. Maandenlang krioelde het in die beige-gele tarwewouden van volmaakt gelukkige muizenfamilies. Dat vrat naar behoefte, plantte zich ongebreideld voort, vreesde valk noch uil, liep hooguit eens – shit happens – een vos of poes tegen het lijf, maar werd meestentijds alleen gestoord door voorbij dolfijnende reeën. Een m/l-uizenleven.
Opeens denk ik: Koolhaas. A. Koolhaas, die zulke schitterende dierenverhalen schreef. Want op een zomerse dag hoorden de muizen Het Geluid, een kakofonie van motorbrul en brekend tarwe, en voelden ze de aarde beven. Misschien vluchtten sommige niet meteen, bespiedden hun oren Het Geluid, wisten ze zonder weten dat er tijd was, hoopten ze zonder hopen dat Het voorbij zou gaan, letterlijk en figuurlijk, maar tenslotte vluchtten ze allemaal, had Het Geluid de veiligheidshoorgrens doorbroken en schichtten ze tussenlangs de tarwestengels naar waar ze zonder weten wisten dat Het Geluid niet gevaarlijk meer was en de aarde niet langer beefde.
Waar ik woon, is het voor zomermuizen niet eenvoudig een plek te vinden waar Geluid gevaarloos is en aarde nauwelijks beeft. Maar het kán. Onze tuín is zo’n plek. Gras (wel weer fijn na al dat tarwe), brandnetels, struiken. Voor muizen een lustoord. Voor Wonder en Macavity ook.
6 augustus jongstleden was voor beide een Grote Dag. Allebei vingen ze, 110 dagen oud, een muis. Hun eerste. De stand is inmiddels 3 – 3.

donderdag 9 augustus 2007

Boswandeling (door Anne)

Omdat Frank aan het zeilen is mag ik een dagje op Canna vertoeven. En ik moet zeggen, jullie hebben een prachtig eiland. Er gebeurt van alles en er is altijd stof tot nadenken. Daarom is het moeilijk om te kiezen wat ik in mijn korte verblijf zal doen. Ik zou discussies kunnen aangaan over het nut van de handrem, me aansluiten bij de club van schuldbewuste jeugdliefdes, een gooi doen naar de Frisse Taal Trofee. Ik zou kunnen proberen vrede te stichten op de redactie na de oorlog van vorige week, maar omdat ik me dan meng in dingen waar ik misschien beter afzijdig van kan blijven, heb ik besloten het bij mezelf te houden. Ik maak vandaag een wandeling over het eiland.

De natuur gaat op Canna nog gewoon z’n gang. Op het plaatje bovenaan deze site zie je alleen maar rots, maar daarachter ligt een prachtig bos, door de rotsen beschermd tegen de harde wind die het eiland constant geselt. Het is dichtbegroeid, de zon komt nauwelijks door de boomtoppen heen. Met mijn kapmes baan ik me een weg. Ik heb het gevoel dat hier nog nooit iemand is geweest. Nou ja, het zit er vol met dieren, dat wel. Spinnen ter grootte van grote konijnen, torren die klinken als vrachtwagens, vogels met blinkende tanden in hun snavel, muggen met angels zo dik als mijn pink. Ik was er net nog getuige van dat een hagedis zo groot als een nijlpaard een hele familie varkens opslokte (doodgewone varkens overigens, waarschijnlijk verdwaald tijdens het maken van een ommetje).

Gelukkig loop ik hier alleen maar virtueel, in het echt had ik allang de benen genomen. Dit is niet het soort bos waar ik graag loop. Vorige week heb ik gekampeerd in de Drentse bossen, prachtig was het daar. Vanuit mijn hangmat, tussen twee bomen bungelend, heb ik een spechtenfamilie zitten bekijken en tijdens een wandeling kwam ik een mierenhoop tegen van meer dan een meter doorsnee (zonder overdrijving ditmaal).

Een stukje verderop lagen de resten van een eerdere mierenhoop, waarschijnlijk door de boer van het aangrenzende weiland met takken en iets van benzine uitgebrand. Er was niets meer van over dan wat afgebrande takken in een zwart uitgeslagen kuil. Het deed me goed om te zien dat het de boer niet was gelukt de mieren uit te roeien. Ik vond het ook erg stoer van de overgebleven mieren om een meter verderop gewoon weer een nieuwe hoop te bouwen. Als een opgestoken middelvinger naar de boer, die binnenkort wel weer terug zal komen om zijn slachtpartij af te maken.

Ze deden me ook wel denken aan ons, de mens. Stel dat alle rampscenario’s in een keer uitkomen, de aarde overstroomt, wordt oververhit, we worden geraakt door een meteoriet, aliens vallen ons aan. Er blijft maar een klein groepje mensen over. Zal dat groepje net zo z’n best doen om een nieuwe hoop te maken als die mieren? Ik vrees van niet. In principe zijn we allemaal wel voor de goede zaak, het voortbestaan van de mensheid. Maar in de praktijk denk ik dat er al snel onenigheid zal ontstaan over de locatie van de hoop, de verdeling van de kamers, het behang van de gemeenschappelijke ruimtes. Voor je het weet ontstaan er comités en belangenverenigingen die elkaar bevechten, die op hun beurt weer afscheidingsbewegingen en splintergroeperingen opleveren, die op hun beurt uiteenvallen in éénmansfracties. Wij komen teveel voor onszelf op tegenwoordig en we denken dat dat iets is om trots op te zijn. Mieren denken niet aan zichzelf, ze doen alles voor de groep. En ik denk dat ze met die tactiek de boer zullen overleven, hoe vaak hij ook hun nieuwe hoop platbrandt. Er zullen altijd mieren overblijven die de handen ineenslaan en vol goede moed beginnen aan de volgende hoop.

Van het zijpaadje door de Drentse bossen terug naar het Cannabos, alwaar ik inmiddels op een open plek ben aangekomen. Er is een meertje en de zon schijnt volop. De dieren die ik net nog overal zag komen hier niet. Hier is het echt stil, een mooie plek om tot mezelf te komen. In het gras naast het water graaf ik een diepe kuil, groot genoeg om zelf in te liggen. Ik sleep er takken naartoe en mos en blaadjes. Rondom de kuil begin ik te bouwen: mijn eigen Annehoop.

Het schiet aardig op, ik heb nog een paar takjes nodig voor de buitenkant, daarna kan ik me met het interieur bezig gaan houden. Vanuit het bos zie ik het water van het meertje ineens heftig bewegen. Er komt een grote groene draak uit naar boven, druipend en begroeid met waterplanten. Hij kijkt me aan, haalt diep adem en zet met een steekvlam uit zijn neus mijn hele hoop in brand. Voordat de draak zich weer in het water laat zakken kijkt hij me nog een keer aan, met een uitdagende blik. Even twijfel ik. Zal ik aan een nieuwe hoop beginnen? Ik laat het er maar bij zitten. Mijn vriendin verwacht me voor het eten vanavond. Ik kijk nog even naar de smeulende resten van mijn hoop en begin aan de terugtocht.

Jullie hebben een mooi eiland, met een prachtig bos. Ik vond het een eer een dagje langs te mogen komen. Maar hadden jullie me niet even kunnen waarschuwen voor draken?

woensdag 8 augustus 2007

Verliefde hork (door Ludo)

Kijk, toen ik 10 of 11 was, was het simpel. Op het schoolplein kwam ze dan naar je toe. Met een vriendin erbij, maar liever nog twee of drie vriendinnen, die haar net die morele steun gaven om die laatste twee meter alleen te overbruggen. Vaak was je dan net aan het voetballen of overlopertje aan het spelen, dus je werd gestoord. “Eehh, Ludo………?” “Wil je verkering?” Nee, zeggen betekende zeker drie weken ruzie met de vriendinnen van, nooit met het meisje in kwestie zelf. Wonderlijk eigenlijk, maar goed, ik zei meestal maar Ja! En het was heel makkelijk. Je kon gewoon alles blijven doen, wat je anders ook deed, alleen wist nu de hele klas dat je bij elkaar hoorde. De meisjes praatten erover en wij voetbalden. Het leven was eenvoudig. De enige tegenprestatie bestond uit ´slowen´ met je meisje tijdens de klassenavond en hetzelfde tijdens de bonte avond van het schoolkamp. En ook daar hoefde je niet alert te zijn, je werd vanzelf wel weggehaald bij de chips en naar de dansvloer gebracht.

En toen was ik veertien. Al die tijd zat ik alleen maar met jongens in de klas. Achteraf bleek toch echt dat al die jaren zo´n 50% van mijn klas uit meisjes bestond, maar voor mij bestonden ze niet. Ja, in de zomervakantie ervoor had ik ineens echt gezoend. Daarvoor ook al twee keer, maar dat was met ´waarheid of durf´, dus dat telde niet. Maar ook de zomervakantie telde niet echt, want het gebeurde gewoon. Het meisje kwam naast me staan, praatte met me en na twee zinnen terugpraten, kon ik niks meer zeggen, omdat er een tong in mijn mond zat. Maar ik dwaal af.
Ik was dus veertien. En ineens zaten er meisjes in mijn klas. Ik was nogal de jongste van de klas en niet alleen qua leeftijd. Maar ze zaten er en nu zag ik ze ook. En ik zag vooral S. En S. keek op zo´n manier terug dat ik er onrustig van werd. En ze kwam in de weken die erop volgden ook niet met een vriendin, of twee of drie, naar me toe. Wel bleef ze terug kijken en vriendelijk groeten.

Mijn vrienden Ro, Re, P en E hadden hierin veel meer ervaring. Ze waren nu dan wel even vrijgezel, maar ieder van hen was al zeker met twintig vrouwen naar bed geweest. Het wonderlijke was dat het nooit met een van de meiden bij ons uit het dorp was, maar altijd met onbekende schoonheden. Ik vroeg dus raad bij mijn ervaren vrienden.
Ik moest de stap zetten, zeiden ze. Dat willen vrouwen graag. En ik deed het. Via de telefoon. Ik wachtte tot er niemand thuis was en ik draaide het nummer dat op onze belpyramide stond. Haar vader aan de lijn, shit! Ik gooide direct de hoorn op de haak, die had je toen nog, ik bedoel die hoorn.
Een uur later probeerde ik het weer. Nu haar moeder en nu durfde ik naar S. te vragen. We spraken af om naar de bioscoop te gaan, twee dagen later. O, wat was ik blij. En zenuwachtig.

Ik vertelde het mijn ervaren vrienden. Ze deden er ´cool´ over. “Ja, ach, zo gaat dat man, je neemt een chickie gewoon even mee naar de bios.”
En twee dagen later gingen we. We zagen elkaar bij de bios. Ze zag er prachtig uit. We konden kiezen uit een romantische film, Indiana Jones en The Kickboxer met Jean Claude van Damme. Ik koos voor The Kickboxer en zij vond het goed.

Tot mijn verbazing verschenen Ro, Re, P en E ook in de bios. Ze zaten twee rijen voor ons. Van de film hebben zij niet veel gezien. Ze hadden het te druk met seinen naar mij. Gebaren dat ik mijn arm om haar heen moest slaan, gebaren dat ik wat moest opschieten en joelen toen tien minuten voor het einde van de film die zoen kwam. Ik bedoel dus de zoen van Jean Claude en zijn voortreffelijke tegenspeelster. En toen zoenden wij ook en het voelde ook alsof het echt voor het eerst was. Ik was verliefd.

We bleven een setje voor een maand. Toen maakte ze het uit. Ze zei dat ze verwacht had dat we ook samen leuke dingen gingen doen. Voor haar was die ene zoen per dag niet genoeg. En ik was nog teveel 11 in mijn hoofd om het te begrijpen. Ik huilde toen ik naar huis fietste. En ’s avonds in bed nog een keer.
Lieve S, sorry voor de film, voor mijn vrienden en voor mijn onvermogen. Als de verjaringstermijn voor excuses op 20 jaar ligt, dan kan het nog net.

En dan een bruggetje dat ik niet vinden kan. Het is niet off topic, juist niet. Als er één, ik zeg één, film is die ooit dat radeloze pubergevoel heeft weten te verwoorden dan is het deze. Geen spoiler voor degenen die het niet gezien hebben, maar een dierbare herinnering voor mij, zoals ik het zelf graag gewild had, maar het niet snapte.

dinsdag 7 augustus 2007

Sprintje onderlangs (door Ludo)

Eens een roker, altijd een roker. De door mij zeer gewaardeerde P. rookt al 30 jaar geen sigaretten meer. P. rookt wel sigaren. Althans, als zijn portemonnee het toelaat. Zoals meer mannen van zijn generatie werkt P. hard en houdt vrouwlief G. het verdiende geld in de gaten. P. krijgt zakgeld voor een kroket in de kantine van de faculteit. En hij brengt de lege flessen weg. Van het statiegeld en uitgespaarde kroketten mag hij van zichzelf sigaren kopen. Die rookt hij dan wel diep inhalerend. Respect!



Ik rookte ooit heel enthousiast, tot ik ging hardlopen. Nu vind ik het vies, maar kan ik met name 's avonds de verleiding moeilijk weerstaan. Als ik 's avonds een pakje koop gooi ik het pakje met overgebleven sigaretten, voor ik slapen ga, weg om 's ochtends niet in de verleiding te komen. Eerst deed ik dat gewoon in de prullenbak, maar ik heb er geen moeite mee om ze 's ochtends weer uit de prullenbak te vissen. Later liet ik het pakje vollopen met kraanwater. Maar die sigaretten kan je drogen in de oven -125 graden, ongeveer een kwartiertje- en dan smaken ze prima. Tegenwoordig verfrommel ik het pakje en gooi ik er glorix overheen. Ik overweeg de firma ATAG -fabrikant van mijn oven- aan te klagen.

Mijn auto deel 3 (door Bibi)

We zouden een weekendje op stap, M & ik, sentimental journey. We kenden elkaar van de zomervakanties toen we zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf waren. Een zomervriendschap, dat was het. M & ik lieten onze fietsen slippen en trokken lange strepen in het grind, M & ik bekogelden elkaar met de rotte appels uit de boomgaard, M & ik spanden samen tegen onze oudere broers, M & ik hadden een buks bemachtigd, M & ik speelden ‘Stap op’ zonder ruzie wanneer het regende, M & ik was lol.

We werden buren, M & ik. Stom toeval. We hadden elkaar als tiener niet meer gezien, maar nu we eenentwintig waren (op dertien dagen na even oud) pakten we de lol weer op. Daarom bedachten we een weekendje weg, for old times sake.
De avond voor we vertrokken ging de bel. M op de stoep. Hij moest me iets vertellen. Het werd de leukste liefdesverklaring die ik ooit hoorde. Het ging zo: ‘Ik moet je iets vertellen, het is niet erg, ik ben verliefd, op jou dus, maar dat gaat weer over, trek je er niks van aan, en hoe laat zullen we morgen gaan?’
We vertrokken om tien uur in de Fiat Panda van zijn moeder. Onderweg lol. Toen we in ons huisje aan kwamen lol. Tijdens het koken lol. En over de liefde werd niet meer gerept.
De volgende ochtend waaide het. Nee, het stormde. Het beukte. Het raasde. We zouden naar Vlissingen, omdat in Vlissingen de storm wel eens een orkaan zou kunnen zijn, lol. Ik mocht rijden, want als je geen auto had moest je volgens M wel blijven oefenen. We kozen de kleine weggetjes, ik nam de bochten iets te scherp, lol. Ik hield op de rechte stukken tien seconden mijn ogen dicht, lol. We kwamen in Vlissingen aan en ik parkeerde op de kade.
We dronken koffie op de boulevard en daarna liepen we naar het water. Onze kapsels stonden overeind, lol. We renden met de wind mee en we leunden er tegenin. Het water stapelde zich op en stortte zich over de wallekant uit. We kregen veel zuurstof binnen, de storm propte zich in onze monden. We werden licht in ons hoofd. Heel licht, zo licht dat ik onze auto zag rijden. ‘Kijk, daar rijdt onze auto.’
‘Ja,’ zei M, ‘het lijkt heel erg op mijn moeders Pandaatje.’
‘Grappig gezicht, want er zit niemand in.’
‘Het rijdt uit zichzelf.’
Lol.

Toen zweefde het rode Pandaatje met niemand achter het stuur naar de rand van de kade. De storm duwde en het Pandaatje reed. Het maakte maar een heel klein sprongetje toen het over de rand werd getild en bonkebonk over de zwarte basaltblokken de Westerschelde in stuiterde. Daar dreef het autootje richting zee. Een schipper belde met de scheepsmobilofoon de brandweer op.
Wij stonden aan de kade. M huilde. Er kwam een stel naar ons toegelopen. De vrouw zei: ‘Je blijft lachen in een Panda hè?’ Dat was van een zinnetje uit de Fiatreclame uit die tijd. En de man zei: ‘Die gaat naar Engeland.’ Lol, dat stel dan.
De brandweer viste de Panda op. Takelbedrijf Couzee hees hem daarna uit het water. De politie bracht ons naar ons vakantiehuisje. Daar haalden we onze spullen op. Daarna gingen we mee terug naar Vlissingen. We mochten met z’n tweeën voorin naast de chauffeur. We gingen rijden. De radio stond aan en de chauffeur stak een shaggie op. Wij ook. We rookten. We zagen de wereld door een nieuw venster. En keken we door het raampje achter ons dan stond daar de rode Panda, vastgesnoerd, scheefgezakt en verzopen op de reusachtige truck.
Drie uur later reed de takelwagen het kleine straatje in waar M’s moeder woonde. Ze stond in de keuken. Haar mond viel open, ze liet de theedoek vallen en rende naar buiten. De chauffeur stapte het gazonnetje op, gaf de moeder een hand en zei: ‘Mevrouw, we komen uw auto terugbrengen.’ M & ik keken elkaar aan. ‘Die was gaan zwemmen,’ ging de chauffeur verder. M & ik klapten dubbel. Lol is het leukst wanneer het niet mag.
M & ik hebben elkaar niet meer gezien sinds een van ons verhuisde. Er moet iets toevalligs gebeuren, willen we de lol weer kunnen oprapen als hadden wij hem gisteren per ongeluk laten vallen. Over de liefde hebben we het nooit meer gehad. Hij kwam eroverheen, dat is zeker. De panda niet, die werd afgevoerd en total loss verklaard

Hier eindigt de zomertrilogie Mijn auto.

maandag 6 augustus 2007

Het voorportaal (door Alexander)

Zaterdagochtend waren we nog in strandplaats Monterrico en waren we vrolijk. We keken een laatste uurtje naar de grote golven van de Grote Oceaan, we dronken een laatste licuado met banaan en we grinnikten gepast of schaterden besmuikt om mensen die over het zand naar zee hinkelden en hun voeten brandden. Het zand in Monterrico is grauw, donkerbruin, vulkanisch, dus het wordt gloeiend heet in de zon. En ik grinnikte om het behoorlijk serieuze verzoek van mijn reisgenote of ik misschien even een foto kon maken van haar rug, zodat ze op het cameraschermpje kon inspecteren hoeveel haar gebruinde rug vervelde. (Nauwelijks, maar ja: vrouwen.)
Want we hadden nog twee volle dagen om van Guatemala te genieten en te glimlachen. En dan gingen we terug naar Nederland. Maar 's middags namen we het microbusje - een voor toeristen, dus niet volgestauwd, maar wel met diagonale beenposities - terug naar Antigua en toen verging het lachen ons.

De chauffeur was een bruut. Okee, hij kon er natuurlijk niets aan doen dat er exemplaren van de gehele dierenbevolking van een Guatemalteeks dorp zich vlak voor zijn busje over de straat wurmden. Vader varken passeerde eerst, toen een logge kudde runderen, toen een atletisch sprintende haan, de kinderen varken. Maar toen reed hij met een kraak en een laatste piep een zwerfhond dood. Die alleen maar stillag op de weg. Uitpuffend van de hitte, denk ik. Wij toeristen keken diep geschokt om. De bruut reed door. Onverstoorbaar. Alle andere chauffeurs tijdens onze hele reis hadden halsbrekende bochten genomen om dierenleed te voorkomen.

En alsof dat nog niet genoeg was, brak hij vervolgens nog de hartjes van twee kinderen. Hij remde fors, om de steile verkeersdrempel niet over te stuiteren. Ja, dat was de echte reden van zijn remmen, niet om de geel met groene plastic bal te redden die de kinderen per ongeluk op straat hadden laten rollen. De kinderen keken met grote ogen en hoopvolle grijnsjes en opgeheven vuistjes toe, maar toen de bruut over de bal heen was gereden, zag je de vreugde wegtrekken uit hun gezichtjes. Weg bal. De bruut reed door.

En we werden alleen maar sipper. Want Antigua zelf was ook niet echt leuk om terug te komen. Het was geen déjà-vu, maar juist een blik met andere ogen: wat een westers rijk stadje was dit eigenlijk! Wat een contrast met de rest van Guatemala! (Er maken hier bijvoorbeeld geen families varken ommetjes.)

Wat is mijn kijk op het land veranderd in de maand dat ik hier ben! Het is westers druk in Antigua, er zijn westers veel auto's, het parkje is in vergelijking met alle parkjes in het land reusachtig en erg aangeharkt. En het is volgepakt met rijke ladino's, die maar een fractie van de bevolking uitmaken. En overstroomd door westerse toeristen, soms met kinderwagens.
Antigua bleek ineens al het voorportaal van het westen. Als een eiland in een land dat het land niet meer was. Dat alweer die wereld van na de vliegreis was. Zaterdagavond voelde onze reis al zowat afgelopen. Vandaag leven we in limbus.

En vooral: was dit het nou alweer?

Sprintje onderlangs (door Kees)

Vandaag was hier een vrouw die floot. Flardjes van melodietjes, omdat ze het naar haar zin had.
C. zei: “Van alle vrouwen die ik ken, ben jij de enige die fluit”, en ik dacht: ‘verdómd, vrouwen fluiten niet, ze zingen, fluiten is des mans’.
Heb ik gelijk? Volgens C. en de fluitiste wél, maar die basis is me nét te smal om aan een proefschrift te beginnen. Dus: welke zijn júllie gedachten en ervaringen in deze? Fluiten vrouwen?
In tijden als deze wordt op Canna een wetenschappelijk medewerk(st)er node gemist.

zondag 5 augustus 2007

Tussendoortje (door Edward)

Mathijs is er nog even niet. Vandaar een kort extraatje. Let op de tong.

zaterdag 4 augustus 2007

De Canna Frisse Taal Trofee (door Edward)

Ik heb een vreemde allergie.
Ik ga niezen en struikelen als ik spreekwoordjes hoor. Nou ja, van die spreekwoordjes die naar lijk ruiken dan. Van die zinnetjes die leger zijn dan een zalftube waar een olifant op is gaan zitten om op het kromtrekken van de maan te wachten.

Moet ik voorbeelden geven?
'Een vorkje prikken.'
Pfoei frup kggggchfffch (= ik, spugend).
'De neuzen staan dezelfde kant op.'
Pfoei frup kgggggchfffchhhkggbleuhhh (= mijn hele straat, spugend).

Je hoort het vaak bij politici. Even vreselijk als een foute aanbesteding, vind ik. Afgelebberd taalgebruik. Doodgekauwd plastic.

Maar voetballers zijn taalhelden.
Voetballers hebben uitgebreider nut dan alleen maar ons laten zien hoe hun voeten ballen. Schreef ik een paar weken geleden al dat ik blij ben met het door een aantal van hen gelanceerde gezegde 'Je zit in een verhaal', nu is er een nieuw wapenfeit.
Jonathan de Guzman van Feyenoord gaf in het tijdschrift Sportweek aan dat de onenigheid binnen zijn club verleden tijd was. En wat zei hij? 'Iedereen is op dezelfde pagina.'

Weg is de allergie. Mijn hele straat sambaat.
En dus reik ik hierbij aan Jonathan de Guzman de Frisse Taal Trofee uit.
De eerste in onze Canna Historie.

PS: De Guzman komt uit Canada. En dus is zijn zinnetje over dezelfde pagina zeer waarschijnlijk een Nederlandse vertaling van 'Everyone is on the same page.' Maar wat kan mij dat schelen? Het blijft een prachtig nieuw zinnetje voor ónze taal. Wel moet De Guzman zijn trofee misschien delen met de Sportweekjournalist Sander van Hal die De Guzmans woorden weergaf. En wellicht dus vertaalde.

En dan nog even iets wat nergens mee te maken heeft. Ukelele's. In Engeland en in Nieuw Zeeland heb je er hele orkesten van. Het Ukulele Orchestra of Great Britain verukeleelt allerlei bekende liedjes. Luister via de link hoeveel plezier zijzelf én het publiek hebben met Wuthering heights van Kate Bush.

Jeska kijkt terug: De onzichtbaren

Jeska blikt terug op de afgelopen Canna-week. Er rust copyright op de tekening. Kijk ook eens op www.jeskaverstegen.nl

vrijdag 3 augustus 2007

Biecht (door Kees)


Vergeef me vader, want ik heb gezondigd. En niet zo’n beetje ook. In feite zondigde ik zó vaak dat, wanneer ik u al mijn zonden achter elkaar zou opbiechten, collega Abbink tot half augustus niet bij u terecht zou kunnen. Ook omdat ik zulks niet op mijn geweten wil hebben, zal ik me vandaag, met uw permissie, beperken tot de periode 1974 – ’84, en ook nog eens tot zonden op Terschelling begaan. Ik vertel u straks wel waarom.
Kijk, ik ben geboren op Terschelling. O, dat wist u, u beluistert Canna. Ai. Maar goed, Terschellinger dus. En natuurlijk ben ik, dat zult u met mij eens zijn, ten groten dele het product van de omgeving die de Heer voor mij koos. Zodat mijn bloed evenzeer blauw, geel, groen en wit als rood is, en mijn instincten Terschèllinger instincten zijn.
De hier per definitie vereiste eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet al mijn Terschellinger instincten even sterk ontwikkeld zijn. Zo voel ik tijdens oosterstormen nooit de juttersdrang mij naar het strand te haasten. Daarentegen was mijn zomerinstinct wellicht wat óverontwikkeld.
Zomerinstinct. Hoe zal ik het zeggen. Nou kijk. ’s Zomers is het op Terschelling bal. Love Island, nietwaar. In plaats van net geen 5000, verblijven er dan 50.000 mensen op het eiland. Van deze 45.000 toeristen bestaat een gedeelte uit meisjes in de leeftijdscategorie 16 – 20 en uw (én mijn! én mijn!) God mag weten hoe het komt, maar op Terschellinger jongens van min of meer dezelfde leeftijden oefenen zij een ongehoord sterke, om niet te zeggen: onwéérstaanbare aantrekkingskracht uit. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar iedere Terschellinger jongen wíl deze meisjes. En dan niet een of twee, maar allemaal, en als dat niet tot de mogelijkheden behoort dan toch zo veel mogelijk.
Denkt u ook niet dat dit evolutionair te verklaren valt? Sorry, domme vraag. Maar toch. Niet om mezelf schoon te praten, maar zou het niet zo kunnen zijn dat De Terschellinger Jongen, natuurlijk zonder dat-ie ’t zelf weet, niet wordt gedreven door geilheid en macho-competitieve motieven, maar door de natuurlijke verplichting zijn kleine gemeenschap van nieuwe genen te voorzien alsook zijn genen bij zoveel mogelijk vrouwen onder te brengen teneinde het voortbestaan ervan – én van de soort – zo groot mogelijk te maken? Ik bedoel: je wéét het niet.
Terzake. 1974 – ’84. Ik ben in dat decennium, wil ik u bekennen, nogal tekeergegaan. Ik was een beest. Een testosterontosaurus. Ik versierde wie ik kon, soms wel twee wieën daags, en tenzij iemand zo mooi of anderszins interessant was dat ik wel verkering met haar wilde, verdween ik zodra het genot was doorleefd. Op naar nieuwe avonturen, nieuwe veroveringen, het volgende kerfje in de ledikantrand, maar da’s beeldspraak want van bedden was zelden sprake. Gras, heide, luchtbedden, steen, zand. Je moet wát.
Ja, gruwelijk verhaal. Helemaal met u eens, ik deel uw afschuw. En ik schaam me, maar zo was het. Zo was ík. En daarom zit ik hier.
Wel wat laat inderdaad, maarre, dat komt: halverwege deze maand gaat mijn dochter naar Terschelling. Met drie vriendinnen in een huisje, dat ik voor hen heb gehuurd. Alle vier hartstikke 16 en de een nog prachtiger dan de ander dus u begrijpt misschien dat ik me, nou ja, een beetje zorgen maak. Ook gezien wat ik u zo-even vertelde over Terschellinger zomerinstinct en genen en zo. En ik ken de Bijbel een beetje, die God van u (én mij! én mij!) doet niet aan verjaren en houdt wel van kaatseballen dus ik dacht: laat ik eens gaan afrekenen.
O. Ja, da’s jammer. Dat maar het beste ervan hopen, hè. U zult wel gelijk hebben. Goedemiddag.
….
Hoi Ludo.

woensdag 1 augustus 2007

De onzichtbaren (door Ludo)

Ja, beste luisteraars. Ik val maar direct met de deur in huis. Het is oorlog hier op de redactie van Radio Canna. Het leek een simpele werkbespreking te worden bij EvdV thuis, maar het eindigde in chaos en rumoer. En ik ben de schuldige. Maar schuldig zijn en je schuldig voelen zijn twee totaal verschillende dingen.

Ik had de laatste werkbespreking gemist wegens vakantie. Er was weinig te doen. BDT en KS waren aanwezig en na het bespreken van al het noodzakelijke, kwam het gesprek op de comments en het aantal commenters.
In mijn hoofd vloog ineens de gedachte die ik een paar dagen eerder had tijdens het lezen van stukjes die ik gemist had tijdens mijn afwezigheid. Bij de comments aldaar (Bedelen 2 van EvdV) ontstond een discussie over anoniem reageren. De meningen van EvdV, BDT en KS waren unaniem. Anoniem reageren is laf. Wees zo flink om je mening te voorzien van naam en rugnummer.

En daar ging het mis. Of het nu de manier was waarop ik het zei of de felheid van de daaropvolgende discussie, ik weet het niet, maar vanaf vorige week is het oorlog op de burelen van Radio Canna.
Gisteren nog, ik liep de bedrijfkantine in. Nee, ik probeerde de deur open te duwen, maar KS -in tegengestelde richting lopend- gaf de deur zo'n duw dat ik achterover vallend in een hoek schoof. Zonder een woord of een blik liep hij vervolgens weer richting redactie.
EvdV en BDT aten samen. Ik zag de snelle blik nog net toen ik binnenkwam. Uitvoerig en geanimeerd begonnen ze te praten, mij verder negerend. Ik weet genoeg. Deze oorlog moet verder met woorden worden uitgevochten. De houding van voornoemde Canna medewerkers maakt mij strijdbaarder dan ooit.

En waar gaat het eigenlijk om? Het gaat om reageren. Anoniem of niet anoniem. Net als iedereen vind ik een comment voorzien van naam de prettigste manier van reageren. Toch vind ik een anonieme reactie niet secundair of inferieur. De belangrijkste reden dat ik ook pleit voor anonieme reacties is even simpel als waar: 'Omdat het kan'!

Het is 1984. In de 4e klas heerst onrust. Er wordt gepest, in het geniep gevochten en de sfeer is om te snijden. Uiteraard moet er, onder de betrokken leiding van onze meester, over gepraat worden. Er zijn er twee die tijdens het gesprek het hoogste woord voeren. Ondergetekende en zijn partner in crime. En alle schuld lijkt moeiteloos te worden afgewenteld op degenen die in bescherming genomen moeten worden. De enige verstandige zet, die dag van de bewuste leerkracht, is zijn suggestie om iedereen op papier te laten zetten hoe deze situatie moet worden opgelost. Je mag zelf weten of je je naam erbij zet.
na verschillende oplossingen te hebben voorgelezen komt de leerkracht bij een klein anoniem briefje. Hij twijfelt en leest dan hardop: "Ik schaam me voor Ludo en Rene!". Het werd heel stil in de klas. En ik zag dat ik het voor altijd bij haar verpest had.

Niet iedereen heeft de moed om het achterste van zijn of haar tong te laten zien. Ik vind dat geenszins laf. De moed van een Gryffindor of een Ravenclaw hebben is prachtig, maar er zijn altijd Hufflepuffs. En ik vind dat iedereen mag reageren. Desnoods voorzien van invisibility cloak.

Hoe moet het nu verder? Zonder mezelf als beschermheilige van de anonieme lafbek te willen opwerpen. Ik weet het niet. Ondertussen neemt de onrust alleen maar toe. JPS is al gesignaleerd en schijnt her en der vragen te stellen. Binnenkort zal de eerste publicatie over de Cannaruzie een feit zijn. En we kennnen JPS. De Rita Skeeter van het journaille.

Kortom: lieve EvdV, BDT en KS, laten we alles uitpraten onder het genot van een hapje en drankje op een geheime locatie.


ps: ondanks alle spanningen en ruzies heb ik Harry Potter and the deathly hallows uit. Bijna in een ruk gelezen, opgevreten eigenlijk. Is het te merken?